Birdartphotography
   

Soort: kneu

Omschrijving van de foto´s (20 x):

"Kneu man en vrouw besluiten een nest te bouwen en daar is materiaal voor nodig.
Het materiaal bestaat voor een groot deel uit taaie worteldelen, die alléén de vrouw verzamelt door deze met veel kracht en inspanning uit de grond te trekken.
De foto's laten het koppel zien terwijl ze arriveren op de plaats waar de worteldelen worden verzameld. Bijna zij aan zij, komt dit koppel aangevlogen, waarop de vrouw, geconcentreerd op zoek gaat naar geschikt materiaal.
De man gaat ergens in de buurt zitten en houdt de wacht. Vaak gaat dit gepaard met het onderhouden van zijn veren.
Als de vrouw een stuk van zo'n wortel heeft losgemaakt, is ze klaar om naar het nest in aanbouw te vliegen en geeft haar man een teken om te vertrekken, waarop ze wederom bijna zij aan zij wegvliegen.
Na zo'n 10 minuten zijn ze weer terug bij hun bouwmarkt voor nieuw materiaal. Dit proces blijft zich herhalen, tot er voldoende wortels voor het nest aanwezig zijn.
De foto's die je hier aantreft, laten de kneu vrouw zien die met alle kracht worteldelen verzamelt waarbij de nodige zandkorrels in het rond vliegen, en de man, die de wacht houdt met alle bijkomstige bezigheden"

Wetenswaardigheden over de kneu:

Engelse naam:                     Common Linnet
Wetenschappelijke naam: Linaria cannabina

Maximale waarden (bij benadering):
Lengte: 14 cm; spanwijdte: 25 cm; gewicht: 20 gram; leeftijd: 10 jaar.

Herkenning:
De kneu is herkenbaar als een kleine zangvogel met een bruine bovenzijde en een vaalwitte onderzijde. Ook vallen de donkere handpennen en staartveren op met hun witte rand.
De man is herkenbaar aan de grijze kop en de bijna ongestreepte roestbruine rug, alsmede een flauw gestreepte borst met een karmijnrode gloed.
Gedurende de broedperiode is de man herkenbaar aan de karmijnrode borst en kruin. In het voorjaar komt de karmijnrode kleur langzaam naar voor.
De vrouw is vooral herkenbaar aan haar warmbruine bovenzijde met fijne streepjes en de bruine streepjes op de onderzijde en het bruingrijze hoofd.

Leefomgeving:
De kneu kan worden aangetroffen in agrarische gebieden, in open cultuurlandschap met dichte struiken en heggen en in heide- en duingebied.

Voedsel:
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit zaden en ook wel insecten.
Kruiden in de omgeving zijn dan ook erg welkom.

Nest:
Het nest wordt gemaakt als een kommetje van twijgjes en worteldelen, laag in een struik. De voering van het nest bestaat uit o.a. haren, veertjes en zaadpluis.
Een legsel bestaat uit 4-6 eieren. Tot 3 legsels per jaar.
Deze soort broedt vaak met meerdere broedparen in de buurt.

Trek:
Voor de winter trekken de meeste kneuen die hier broeden weg richting Zuidwest- Europa en Noord-Afrika.

Bijzonderheden:
De vrouw bouwt het nest.
Tijdens mijn observeringen was het de vrouw die o.a. worteldelen uit de grond trok, waarbij ze vaak zeer veel kracht moet zetten.
Gedurende het verzamelen van de worteldelen door de vrouw, hield de man altijd de wacht.