Soort: veldleeuwerik

Omschrijving van de foto´s (10x):

Foto 1 "Veldleeuwerik in het veld, vlak voordat deze bijna vericaal opstijgt naar grote hoogte om zijn lied ten gehore te brengen op een prachtige dag in april."

Foto 2 t/m 6 " Vliegbeelden van een veldleeuwerik op grote hoogte, tijdens zijn imposante zangvlucht, op een prachtige dag in april."

Foto 7 en 8 " Vliegbeelden van een veldleeuwerik op grote hoogte, die als een raket naar beneden komt, na zijn imposante zangvlucht op een prachtige dag in april."

Soort: oranjetipje (vlinder)

Foto 9 en 10 "Oranjetipje op een grasspriet, in april, in de Biesbosch"


Wetenswaardigheden over de veldleeuwerik
:

Engelse naam:                     Eurasian Skylark
Wetenschappelijke naam: Alauda arvensis

Status: Broedvogel, wintergast en doortrekker.

Maximale waarden (bij benadering):
Lengte: 19 cm; spanwijdte: 36 cm; gewicht: 50 gram; leeftijd: 10 jaar.

Herkenning:
Deze soort is herkenbaar als een zangvogel met een geelbruine bovenzijde met zeer donkere streepjes en vlekjes. Tevens bezit deze leeuwerik een gelige borst met streepjes.
De veldleeuwerik bezit een korte kuif, die de vogel op kan zetten.
Ook opvallend zijn de witte vleugelachterranden en de buitenste witte staartpennen, welke in vlucht goed zichtbaar zijn.

Leefomgeving:
Men kan deze vogel aantreffen in open gebieden, zoals: grasland, akkerbouwgebied, heide en duinen.

Voedsel:
Het voedsel bestaat uit o.a. insecten, spinnen, regenwormen, rupsen en slakken en 's winters vooral zaden.

Nest:
Het nest dat op de grond in vegetatie gemaakt wordt in o.a. open cultuurlandschap, akkers, weide- en grasgebieden en op de heide, bestaat uit een kuiltje wat gevoerd wordt met o.a. plantaardig materiaal.
Een legsel bestaat uit 2-5 eieren. Tot 3 legsels per jaar.

Trek:
Vogels die hier broeden overwinteren grotendeels in Zuidwest-Europa.

Bijzonderheden:
De veldleeuwerik staat bekend om zijn zangvluchten, waardoor er geen behoefte is aan een zangpost zoals een boom of verhoging in het terrein.
Deze vogel vliegt regelmatig zingend, bijna verticaal omhoog, om op grote hoogte (tot ruim 100 mtr) zijn zang een tijd te laten horen.
Over deze soort zijn veel gedichten en liedjes geschreven. Een bekend lied is: Alouette, gentille alouette, Alouette, je te plumerai.