Birdartphotography
   
 
 
 
 
Informatie over de foto's (7x):
 

De doordringende zang van een kbv'tje, (kleine bruine vogel) of beter gezegd, de Kneu!
Dat kreeg ik te horen, toen de zon langzaam de vegetatie tot leven deed komen....

Boven in een grote braamstruik was hij te zien en te horen. Met de opvallende rode gloed op de borst. Het kon dus niet missen. Na even zoeken bleek de vrouw te doen, wat veel vrouwen van deze soort, in deze tijd doen...., en dat is o.a. worteldeeltjes verzamelen voor het nest.
Ook deze vrouw was druk in de weer om met veel kracht de worteldeeltjes uit de grond te trekken.
De man daarentegen, oefent zijn syrinx, simpelweg omdat hij geen stembanden heeft. Deze doordringende zang, die in tempo wordt gebracht klinkt uit de braamstruik. Een kwestie van een aantal weken en ook dit gezin heeft weer uitbreiding ......🪶

 

 

 

Wetenswaardigheden over de kneu:

Engelse naam:                     Common Linnet
Wetenschappelijke naam: Linaria cannabina

Ondersoort:
Engelse naam ondersoort: Common Linnet ssp cannabina
Wetenschappellijke naam ondersoort: Linaria cannabina cannabina

Herkenning:
De kneu is herkenbaar als een kleine zangvogel met een bruine bovenzijde en een vaalwitte onderzijde. Ook vallen de donkere handpennen en staartveren op met hun witte rand.
De man is herkenbaar aan de grijze kop en de bijna ongestreepte roestbruine rug, alsmede een flauw gestreepte borst met een karmijnrode gloed.
Gedurende de broedperiode, is de man herkenbaar aan de karmijnrode borst en kruin. In het voorjaar komt deze karmijnrode kleur langzaam naar voor.
De vrouw is vooral herkenbaar aan haar warmbruine bovenzijde met fijne streepjes, en de bruine streepjes op de onderzijde, en het bruingrijze hoofd.

Leefomgeving:
De kneu kan worden aangetroffen in agrarische gebieden, in open cultuurlandschap met dichte struiken en heggen en in heide- en duingebied.

Voedsel:
Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit zaden en ook wel insecten.
Kruiden in de omgeving zijn dan ook erg welkom.

Nest:
Het komvormige nest wordt gemaakt van o.a. twijgjes en worteldelen, laag in een struik. De voering van het nest bestaat uit o.a. haren, veertjes en zaadpluis.
Een legsel bestaat uit 4-6 eieren. Tot 3 legsels per jaar.
Deze soort broedt vaak met meerdere broedparen in de buurt.

Trek:
Voor de winter trekken de meeste kneuen die hier broeden weg richting Zuidwest-Europa en Noord-Afrika.

Bijzonderheden:
Deze soort kent 7 ondersoorten:
Linaria canabina canabina
Linaria canabina autochthona
Linaria canabina bella
Linaria canabina mediterranea
Linaria canabina guentheri
Linaria canabina meadewaldoi
Linaria canabina harterti

De vrouw bouwt het nest.
Tijdens mijn observeringen, was het steeds de vrouw die o.a. worteldelen uit de grond trok, waarbij ze vaak zeer veel kracht moest zetten.
Gedurende het verzamelen van de worteldelen door de vrouw, hield de man altijd de wacht.